© 2023 by Name of Site. Proudly created with Wix.com

  • Facebook Social Icon

'Is dit boek van jou of van iemand anders?'

'Ja, natuurlijk is dit boek van mij of van iemand anders!'

Als kind/jongere vraag je je af of je ‘anders’ bent.

Je bent in heel veel dingen geïnteresseerd of je bent geboeid door één specifiek onderwerp. Je wil er alles over weten.

De lagere school was toch niet echt wat je ervan verwacht had. Je vindt/vond de lagere school eigenlijk te saai. 

Je hoofd is nooit leeg, er borrelen vaak ideeën en vragen op en anderen vinden dat niet altijd leuk.

Je voelt je niet altijd begrepen.

Je hebt al wel eens gesurft of wat gelezen of gehoord over meerbegaafdheid of over hooggevoeligheid en sommige kenmerken passen echt bij jou, in andere kan je jezelf niet herkennen.

Je vraagt je af of er misschien iets (anders) aan de hand is met jou.

Je bent op zoek naar…

 

  • jezelf, naar inzicht in wie je eigenlijk bent of naar begrip,

  • zekerheid en informatie.

  • uitdaging, leerplezier, leerstof die je aanspreekt.

  • leerkrachten die je boeien, die zichtbaar houden van hun vak.

 

Je herkent je in wat deze kinderen vertellen…

Noor:

Ik denk dat de leerlingen in mijn klas me ‘anders’ vinden. Ook de juffen en de meesters vinden me speciaal. In het tweede leerjaar had ik een juf die me niet begreep. Ze zei dat alle kinderen van de klas hun zegje mochten doen en dat iedereen over het weekend mocht vertellen, als we flink onze beurt afwachtten. Toen ik eindelijk aan de beurt was, was ik nog maar net aan mijn verhaal begonnen, toen ik al moest afronden. Telkens wanneer ik iets wilde vertellen, zag ik dat ze dat vervelend vond of dat het te lang duurde. Die juf zei met haar mond iets anders dan met haar ogen. Ik voelde me niet goed in de tweede klas. In het vijfde leerjaar hadden we een meester die het leuk vond dat ik zoveel te vertellen had. Hij vertelde zelf soms verzonnen verhalen en moest dan lachen als ik een ander einde bedacht.

Ik help anderen vaak en dat vind ik leuk. Zelf weet ik niet altijd bij wie ik terecht kan. De kinderen uit mijn klas spelen op de speelplaats, terwijl ik liever eens zou praten met mijn vriendinnen. Aan een echte vriendin kan je alles vertellen, je kan ze vertrouwen en ze deelt ook dingen met jou. Ik dacht dat Hanne mijn vriendin was, maar de laatste tijd speelt ze wee meer met de anderen en dan weet ik niet goed wat ik moet doen. Mijn grote zus is misschien wel mijn beste vriendin. Zij begrijpt mij.

Thor:

Ik denk dat er iets aan de hand is met mijn brein. In de lagere school leerde ik veel beter dan nu. Ik kende mijn les al voor 70% toen ik thuis kwam. Eigenlijk moest ik ze maar een paar keer lezen en haalde ik een mooi cijfer voor de toets. Nu zit ik in het eerste middelbaar en vallen mijn resultaten echt tegen. Ik denk dat ik toch niet zo verstandig ben. Ik heb in de lagere school misschien wel vaak geluk gehad. Ik panikeer soms al voor de overhoring begint. Ik ben bang dat het niet zal lukken en vaak is dat ook zo. Het lijkt dan alsof mijn brein niet meer kan nadenken.

Marie:

In het 5de leerjaar van de basisschool merkte in meteen dat ik niet op mijn plek zat. Ik verveelde me tijdens de lessen en hoefde niet veel te oefenen om de leerstof onder de knie te krijgen. Ook de jaren ervoor had ik dit al aangevoeld, maar het werd steeds erger. Van de meester of juf kreeg ik dan extra oefeningen, die ik maakte wanneer ik klaar was en ik mocht leesmoeke zijn in het tweede leerjaar. Dat was wel leuk, maar de rest van de tijd loste dat niets op, ik snakte naar meer. Ik werd echt ongelukkig en verloor mijn leergierigheid. Ik voelde me suf en had geen energie meer. Thuis stelde ik mijn huiswerk uit, plofte in de zetel en keek filmpjes.  Mijn piano bleef onaangeroerd en de hobby’s die ik zo graag deed, spraken met niet meer aan. In de volwassenenwereld zouden ze zoiets een bore-out noemen… Ik denk dat je dat ook als kind kan krijgen.